FORES Huisdeurwaarders
Advocaat in donkerblauw pak met dossiermap en laptop met datagrid, verschoningsrecht onder druk

NOvA wil wijziging verschoningsrecht van tafel: wie filtert de data?

FORES nieuws

Het verschoningsrecht staat opnieuw op de tekentafel, en de advocatuur zet de hakken in het zand. Op 10 september 2026 riep de Nederlandse orde van advocaten de wetgever op om de voorgestelde wijziging van het verschoningsrecht uit de Tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering te halen. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie sloot zich daar vrijwel woordelijk bij aan. Een paar dagen eerder had ook de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten al aangedrongen op intrekking, met de klacht dat de beroepsgroep niet was geconsulteerd. De consultatie sloot op 11 september.

De kernvraag: wie mag als eerste in de data kijken?

Het geschil gaat niet over de vraag óf vertrouwelijke communicatie beschermd is, maar over wie de eerste zeef vasthoudt. In grote digitale onderzoeken wordt vaak een volledige gegevensverzameling veiliggesteld: mailboxen, telefoons, back-ups. Ergens in die berg zit correspondentie met een advocaat of notaris. Iemand moet die eruit filteren voordat een rechercheur meeleest.

De eerder vastgestelde regeling legde die selectie bij de rechter-commissaris. Het nieuwe voorstel schuift de eerste beoordeling naar het Openbaar Ministerie en de opsporing, waarbij de rechter-commissaris volgens de orde nog een restfunctie overhoudt. De orde stelt, bij monde van algemeen deken Jeroen Soeteman, dat juist de centrale rol van de rechter-commissaris behouden moet blijven, omdat de vertrouwelijkheid tussen cliënt en advocaat alleen zo effectief te beschermen is. De notarissen erkennen dat capaciteitsproblemen bij de rechtspraak reëel zijn, maar vinden dat die geen aantasting van een fundamenteel rechtsbeginsel rechtvaardigen. Beide organisaties pleiten liever voor meer rechterlijke capaciteit en betere opleiding binnen de opsporing.

De Hoge Raad gaf het antwoord al

De discussie is niet nieuw. In een prejudiciële beslissing van 12 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:375) formuleerde de Hoge Raad uitgangspunten voor de omgang met mogelijk verschoningsgerechtigde gegevens. De lijn: kan er gefilterd worden zonder van de inhoud kennis te nemen, dan mag het Openbaar Ministerie dat zelf doen. Lukt dat niet, dan gebeurt het filteren door of onder verantwoordelijkheid van de rechter-commissaris. De Hoge Raad zag zelf al dat dit een aanzienlijke extra taak betekent en wees op de noodzaak van voldoende capaciteit en middelen. Precies daar loopt het voorstel nu tegenaan, en daarom spreekt de orde van spanning met bestaande rechtspraak.

Waarom dit ook de civiele praktijk raakt

Op het eerste gezicht is dit een strafrechtelijk debat. Dat is het niet. Een gegevensvordering bij een provider of een inbeslagneming bij een cliënt maakt geen onderscheid tussen dossiers: de arbeidszaak, de huurkwestie en het incassotraject liggen in dezelfde mailbox als het strafdossier. Wie in de civiele praktijk werkt met digitaal bewijs kent die dynamiek al uit het bewijsbeslag, waar de vraag wie welke gegevens mag inzien net zo scherp speelt. En de druk op de vertrouwelijkheid komt van meer kanten, zoals de waarschuwing van de AIVD over advocaten als doelwit liet zien.

De praktische les is oud maar ongemakkelijk actueel: vertrouwen is het werkkapitaal van de advocatuur, en dat vertrouwen hangt aan de manier waarop een kantoor zijn gegevens en zijn dossierbeheer inricht. Weten welke informatie waar staat, en wie er bij kan, is geen IT-kwestie maar een beroepsnorm.

Dat geldt ook voor de schakels buiten het kantoor. Bij FORES gaan opdrachten voor dagvaarden, beslag en executie via één beveiligde, AVG-proof omgeving, met track and trace en één vast aanspreekpunt. Geen losse mailwissels per regio, maar een controleerbaar spoor van wie wat wanneer heeft ontvangen.