Advocaat in donkerblauw pak controleert kritisch een processtuk naast een laptop met een AI-overlay

Tuchtrechter berispt voor het eerst advocaat om onzorgvuldig AI-gebruik

FORES nieuws

De Raad van Discipline in ‘s-Hertogenbosch heeft voor het eerst een advocaat berispt vanwege onzorgvuldig AI-gebruik. In een uitspraak van 27 juli 2026 (ECLI:NL:TADRSHE:2026:93) oordeelde de tuchtrechter dat een advocate haar zorgplicht schond door verzonnen jurisprudentie uit een tool met kunstmatige intelligentie klakkeloos over te nemen. Het is de eerste Nederlandse tuchtzaak waarin het gebruik van AI expliciet wordt getoetst aan de kernwaarden van de advocatuur.

De zaak kwam aan het licht nadat een rechter een signaal had afgegeven over de manier waarop de advocate haar processtukken had onderbouwd. De deken diende vervolgens een bezwaar in bij de tuchtrechter. In een conclusie van antwoord had de advocate verwezen naar acht rechterlijke uitspraken. Eén ECLI-nummer bleek niet te bestaan, de zeven andere verwezen naar totaal andere zaken, waaronder een echtscheidingsbeschikking en een strafzaak. De advocate, gespecialiseerd in arbeidsrecht, had de tool ingezet in twee huurzaken zonder de verwijzingen te controleren.

Kernwaarden onder druk

De tuchtrechter toetste het handelen aan de kernwaarden deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid, en stelde daarnaast een schending vast van gedragsregel 8, die verbiedt onjuiste feitelijke informatie te verstrekken. Volgens de raad is dit handelen tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat het niet alleen de belangen van de cliënt schaadt, maar ook die van andere partijen in de procedure. Omdat AI-geletterdheid in juli 2025 nog geen gemeengoed was en de advocate geen tuchtrechtelijk verleden had, bleef de maatregel beperkt tot een berisping en een proceskostenveroordeling van 1.250 euro.

Eerder vroeg een kantonrechter al openlijk uitleg over vermeend AI-gebruik in een processtuk. De tuchtrechtelijke uitspraak zet die lijn nu door en maakt duidelijk dat de verantwoordelijkheid volledig bij de advocaat ligt.

Les voor de praktijk

De uitspraak markeert een principiële grens. De advocaat blijft eindverantwoordelijk voor elk stuk dat de deur uitgaat, ongeacht welk hulpmiddel eraan te pas kwam. AI kan het werk versnellen, maar controleert zichzelf niet. Verwijzingen naar rechtspraak, feiten en citaten horen te worden geverifieerd voordat ze in een processtuk belanden.

Ook internationaal wordt harder opgetreden

De tuchtrechter woog mee dat de kennis over AI in de zomer van 2025 nog beperkt was. Die verzachtende omstandigheid zal in toekomstige zaken minder snel opgaan, nu de risico’s breed bekend zijn. Ook in het buitenland grijpen rechters steeds harder in. Zo werd eerder een advocaat in het Canadese Ontario zes maanden geschorst nadat zij zich in een procedure had beroepen op volledig verzonnen uitspraken. De boodschap is overal dezelfde: een AI-tool is een hulpmiddel, geen bron.

Voor kantoren is dit ook een kwestie van reputatie en aansprakelijkheid. Eén onjuiste verwijzing kan een dossier onderuithalen en het vertrouwen van de rechter en de cliënt beschadigen, met alle reputatierisico’s van dien. Heldere interne afspraken over het inzetten en controleren van AI-tools zijn daarmee geen luxe meer, maar een noodzakelijke waarborg.

Zorgvuldigheid loopt als een rode draad door elke fase van een procedure, van het opstellen van een processtuk tot de tenuitvoerlegging van een vonnis. Wie het proces strak en controleerbaar houdt, voorkomt fouten en houdt grip op het resultaat. AI verandert daar niets aan. Het maakt die zorgvuldigheid alleen maar belangrijker.